Godsdienstpedagogiek van de twijfel?

Besten, J.J. den (2018) Godsdienstpedagogiek van de twijfel? Student thesis.

[img] Text
2018 Besten, J.J. den. masterscriptie.pdf

Download (2MB)

Samenvatting

In dit godsdienstpedagogisch onderzoek in opdracht van de godsdienstsectie van de Gereformeerde Scholengemeenschap Randstad (GSR), staat allereerst de vraag centraal welke rol geloofstwijfel van havo/vwo-leerlingen speelt binnen het vak godsdienst op de GSR in Rotterdam. Hoewel het een school is voor en door christenen, laat onderzoek zien dat een meerderheid van de havo-4- en vwo-5- leerlingen geloofstwijfels heeft. Eerst wordt vanuit theologische literatuur aangegeven wat kan worden verstaan onder geloofstwijfel. Dat kan namelijk worden gedefinieerd als een toestand van onzekerheid of innerlijke tweestrijd in het verstand, de wil of het gevoel met betrekking tot christelijke geloofsinhouden en geloofsdaden die bepalend zijn voor het hele bestaan. Het onderscheid in objectieve en subjectieve geloofstwijfel biedt daarbij inzicht of de geloofstwijfel zich richt op de geloofsinhoud en openbaring van God of op de geloofsdaden en de gelovige zelf. Als mogelijke oorzaken wordt er gewezen op de invloed van de post-seculiere samenleving, maar ook de persoonlijke geloofsontwikkeling en geloofscontext. Bepalend zijn daarbij de ontwikkelingen in de 20e eeuw die worden geschetst, waarbij geloofstwijfels steeds normaler worden. Dat blijkt ook te gelden voor de gereformeerd kerk vrijgemaakt waar de GSR uit voortgekomen is, hoewel die ontwikkeling aanvankelijk door de herzuiling werd tegengehouden. De verheldering van de verschillende theologische posities levert inzicht op hoe men omgaat met geloofstwijfel. Zo kan geloofstwijfel aan de ene kant uitsluitend als zondig worden geduid en aan de andere kant als onmisbaar voor het geloof. Onderzoek naar de identeitsontwikkeling van de GSR laat zien dat men in verbondenheid aan de gereformeerde kerk vrijgemaakt stond voor verbondsonderwijs vanuit de Bijbel en de gereformeerde leer. Mogelijke twijfels en levensvragen van de leerlingen worden echter niet genoemd in de verschillende identiteitsdocumenten. Vervolgens laten we de ontwikkeling zien naar een meer inductieve beleefde-identiteit, waarbij er geen directe binding meer is met de gereformeerde kerk vrijgemaakt. Het zorgt er onder andere voor dat er meer aandacht komt voor de leerling zelf en het christen zijn in een seculiere context. De resultaten van het kwantitatieve survey-onderzoek onder havo-4- en vwo-5- leerlingen op de GSR laten echter zien dat de leerlingen niet veel ruimte ervaren om hun geloofstwijfels op school en in de godsdienstles te delen. De meeste leerlingen willen dan ook dat geloofstwijfel vaker ter sprake komt in godsdienstles. Daarom staat in het vervolg van het onderzoek de vraag centraal op welke manier het ruimte bieden aan geloofstwijfel door de godsdienstdocenten kan bijdragen aan hun godsdienstige vorming. Vanuit godsdienstpedagogische literatuur wordt er vervolgens gekeken op welke manier het vak godsdienst op de GSR gepositioneerd kan worden. Daarbij worden allereerst de godsdienstpedagogische visies en doelstellingen geschetst. De indeling mono-, multi- en interreligieus, die verbonden kunnen worden aan normatieve, informatieve en pedagogische godsdienstonderwijs, levert daarbij inzicht op hoe het subject, de leerling met zijn of haar ervaringen en het object, de religie(s) en geloofsinhoud(en) zich tot elkaar verhouden. Ook wordt er weergegeven wat kan worden verstaan onder godsdienstige vorming en welke verschillende rollen een godsdienstdocent kan aannemen in de godsdienstles. Door middel van kwalitatieve diepte-interviews met de godsdienstdocenten van de GSR wordt vervolgens gekeken welke rol geloofstwijfel speelt in hun lessen en hoe zich dat verhoudt tot de identiteit van de school. De identiteitsdocumenten en het vakleerplan laten zien dat men kiest voor een deductieve benadering, waarbij de leerlingen de boodschap van de Bijbel kunnen toepassen in hun eigen leven, hun gedrag kunnen baseren op Bijbelse normen en waarden en christelijke antwoorden kunnen geven op levensvragen. Daarnaast geven de resultaten van het onderzoek aan dat het sterk van de godsdienstdocent afhangt, op welke manier geloofstwijfel een rol speelt in de godsdienstles. De godsdienstdocenten die een grotere voorkeur hebben voor hermeneutisch-communicatieve elementen creëren over het algemeen meer ruimte voor het uiten van geloofstwijfel en het behandelen van levensvragen, waarbij ze geloofstwijfel ook positiever waarderen. Daarom wordt er gepleit voor het aanbieden van zowel een normatief als hermeneutisch interpretatiekader in de godsdienst. Daarbij moet een weg gevonden worden tussen het idealiseren en veroordelen van geloofstwijfel. Gesteld wordt dat leerlingen een realistische beeld krijgen van wat geloven inhoudt, als ze ruimte ontvangen om hun geloofstwijfels te delen in de godsdienstles. Het is voor hen immers vaak onderdeel van een zoektocht en kan een weg zijn om te groeien naar een eigen of volwassen geloof. Het vak godsdienst wordt daarbij in navolging van de godsdienstpedagoog Bert Roebben gezien als narthex waar ruimte wordt geboden voor de levensvragen en geloofstwijfels van jongeren, waarbij ze aan de ene kant worden voorbereid op een plek in de samenleving en aan de andere kant worden uitgenodigd om het christelijk geloof als bepalend perspectief in hun leven te laten gelden. Dit onderzoek laat dan ook zien dat hermeneutische reflectie op de geloofstwijfel en -vragen vanuit een normatief interpretatiekader bij kan dragen aan de godsdienstige vorming van de leerling. Hierdoor ontstaat er namelijk een bewustwordingsproces, waarbij de leerlingen verbanden gaan zien tussen hun eigen geloofstwijfels en de vragen die vanuit de cultuur en samenleving op hen af zullen komen om het vervolgens te kunnen interpreteren vanuit het christelijke kader wat wordt geboden. De godsdienstdocent wordt daarbij geadviseerd om niet alleen te getuigen van de hoop de er is in Christus, maar ook om open te zijn over de eigen geloofstwijfel en hoe daarmee wordt omgegaan. Dit onderzoek kan dan ook gezien worden als aanzet tot een professioneel gesprek over de implicaties voor de lespraktijk, het vakleerplan en de rol van de godsdienstdocent op de GSR in Rotterdam, hoewel mogelijk ook andere verwante scholen profijt kunnen hebben van dit onderzoek. Joan den Besten

Item Type: Scriptie (Student thesis)
Titel: Godsdienstpedagogiek van de twijfel?
Paralleltitel: een godsdienstpedagogisch onderzoek naar de rol van geloofstwijfel in het godsdienstonderwijs op de GSR in Rotterdam
Number of Pages: 89
Theologische Universiteit: Theologische Universiteit Apeldoorn
Bachelor- of Masterscriptie: Master
Trefwoorden (NL): Godsdienstpedagogiek ; twijfel
Trefwoorden (EN): Belief and doubt
Date Deposited: 22 Jan 2019 08:42
Last Modified: 22 Jan 2019 08:42
Persistente link: http://hdl.handle.net/11553/125

Actions (login required)

View Item View Item